SYSTEEM THEORIE:
Basisuitgangspunten
1. De systeemtheorie is het beste te typeren als een logische denkwijze waarbij men ervan
uitgaat dat een systeem of persoon altijd een context heeft.
2. De systeemtheorie is een manier van denken die in verschillende wetenschappen wordt
toegepast, het is niet perse verbonden aan de psychologie, psychiatrie, hulpverlening of
opvoeding. Het is de manier van kijken naar objecten. Het kan een dokter zijn die naar een
orgaan kijkt, het kan ook Amnesty zijn die naar een land kijkt.
3. Het draait in de systeemtheorie om het grote geheel, maar het verliest de onderdelen niet uit
het oog. Er wordt eerder naar het hele gezin gekeken als naar enkel een gezinslid.
4. Het object dat onderzocht wordt, wordt niet gezien als iets op zichzelf staand, maar als in
wisselwerking met zijn omgeving. Geheel > som der delen.
5. Het eigenschap van het object of systeem wordt niet gezien als eigen aan het object of
systeem, maar wordt opgevat als eigenschap die niet los van de omgeving te zien is.
6. De eigenschappen van een geheel worden wel beïnvloed, maar niet bepaald door de
kenmerken van een onderdeel. Geheel > som der delen.
7. Men gaat er altijd van uit dat gedrag door meerdere aspecten beïnvloed wordt. Dronken
worden en dronken gedrag, worden beïnvloed door biologische en psychische als sociale
factoren. Deze beïnvloeden elkaar ook: de biologische werkelijkheid staat niet los van de
psychische en sociale.
De strategische stroming in de gezinstherapie – Communicatietheorie (Watzlawick)
• Hoe individuele leden van een groep zich gedragen, kan alleen begrepen worden vanuit de
regels van het systeem (de groep).
• Elementen van een systeem (gezinsleden) kunnen kennis hebben van de regels, maar hoeft
niet. Er kunnen systeemregels zijn waar de individuele leden zich niet bewust van zijn. Er is
dan sprake van patronen, steeds terugkerende manieren van communicatie waar een regel
wordt uitgedrukt.
In een systeem of groep zijn de regels belangrijker dan de spelers.
• Totaliteit slaat op het feit dat een systeem niet te definiëren is als een optelsom van de
kenmerken van de afzonderlijke gezinsleden, maar dus als totaliteit moet worden genomen.
De kenmerken van elf voetballers is samen nog geen voetbalelftal, het is de interactie of een
rij van 500 auto's is nog niet perse een file.
• Niet-optelbaarheid betekent dat een systeem niet is te definiëren als een optelsom van de
onderdelen.
• Niet-eenzijdigheid betekent dat er binnen een systeem geen eenzijdige relaties zijn. Het is
niet zo dat één individu verantwoordelijk is voor het gedrag van andere individuen.
• Feedback is het uitwisselen van informatie. Feefback mechanismen zijn processen waar geen
begin en eind te zien zijn, ze zijn circulair. Het gaat hier niet om hoe het is begonnen, maar
om hoe het nu is.
• Positieve feedback bevordert de ontwikkeling van een (sub)systeem.
• Negatieve feedback remt de ontwikkeling.
• Negatieve feedback vind plaats als het systeem uit homeostase (evenwicht) dreigt te raken
en heeft het doel de status-quo te behouden.
• Equifinaliteit is dat verschillende starten dezelfde eindresultaten hebben.
• Multifinaliteit is dat dezelfde starten verschillende eindresultaten hebben.
• Kalibrering is het afstellen van evenwicht (homeostase) van een open systeem.
• Trapfunctie is het opnieuw afstellen van de homeostase. Dit gebeurd vaak na een
verandering in het systeem.
• Communicatie staat gelijk aan gedrag, staat gelijk aan interactie. Wat betekend dat iemand
altijd communiceert. Gedrag is hier non-duaal, er is geen sprake van niet-gedrag.
Basisuitgangspunten
1. De systeemtheorie is het beste te typeren als een logische denkwijze waarbij men ervan
uitgaat dat een systeem of persoon altijd een context heeft.
2. De systeemtheorie is een manier van denken die in verschillende wetenschappen wordt
toegepast, het is niet perse verbonden aan de psychologie, psychiatrie, hulpverlening of
opvoeding. Het is de manier van kijken naar objecten. Het kan een dokter zijn die naar een
orgaan kijkt, het kan ook Amnesty zijn die naar een land kijkt.
3. Het draait in de systeemtheorie om het grote geheel, maar het verliest de onderdelen niet uit
het oog. Er wordt eerder naar het hele gezin gekeken als naar enkel een gezinslid.
4. Het object dat onderzocht wordt, wordt niet gezien als iets op zichzelf staand, maar als in
wisselwerking met zijn omgeving. Geheel > som der delen.
5. Het eigenschap van het object of systeem wordt niet gezien als eigen aan het object of
systeem, maar wordt opgevat als eigenschap die niet los van de omgeving te zien is.
6. De eigenschappen van een geheel worden wel beïnvloed, maar niet bepaald door de
kenmerken van een onderdeel. Geheel > som der delen.
7. Men gaat er altijd van uit dat gedrag door meerdere aspecten beïnvloed wordt. Dronken
worden en dronken gedrag, worden beïnvloed door biologische en psychische als sociale
factoren. Deze beïnvloeden elkaar ook: de biologische werkelijkheid staat niet los van de
psychische en sociale.
De strategische stroming in de gezinstherapie – Communicatietheorie (Watzlawick)
• Hoe individuele leden van een groep zich gedragen, kan alleen begrepen worden vanuit de
regels van het systeem (de groep).
• Elementen van een systeem (gezinsleden) kunnen kennis hebben van de regels, maar hoeft
niet. Er kunnen systeemregels zijn waar de individuele leden zich niet bewust van zijn. Er is
dan sprake van patronen, steeds terugkerende manieren van communicatie waar een regel
wordt uitgedrukt.
In een systeem of groep zijn de regels belangrijker dan de spelers.
• Totaliteit slaat op het feit dat een systeem niet te definiëren is als een optelsom van de
kenmerken van de afzonderlijke gezinsleden, maar dus als totaliteit moet worden genomen.
De kenmerken van elf voetballers is samen nog geen voetbalelftal, het is de interactie of een
rij van 500 auto's is nog niet perse een file.
• Niet-optelbaarheid betekent dat een systeem niet is te definiëren als een optelsom van de
onderdelen.
• Niet-eenzijdigheid betekent dat er binnen een systeem geen eenzijdige relaties zijn. Het is
niet zo dat één individu verantwoordelijk is voor het gedrag van andere individuen.
• Feedback is het uitwisselen van informatie. Feefback mechanismen zijn processen waar geen
begin en eind te zien zijn, ze zijn circulair. Het gaat hier niet om hoe het is begonnen, maar
om hoe het nu is.
• Positieve feedback bevordert de ontwikkeling van een (sub)systeem.
• Negatieve feedback remt de ontwikkeling.
• Negatieve feedback vind plaats als het systeem uit homeostase (evenwicht) dreigt te raken
en heeft het doel de status-quo te behouden.
• Equifinaliteit is dat verschillende starten dezelfde eindresultaten hebben.
• Multifinaliteit is dat dezelfde starten verschillende eindresultaten hebben.
• Kalibrering is het afstellen van evenwicht (homeostase) van een open systeem.
• Trapfunctie is het opnieuw afstellen van de homeostase. Dit gebeurd vaak na een
verandering in het systeem.
• Communicatie staat gelijk aan gedrag, staat gelijk aan interactie. Wat betekend dat iemand
altijd communiceert. Gedrag is hier non-duaal, er is geen sprake van niet-gedrag.