LEERDOELEN NBS 7 VERBINTENISSENRECHT
Literatuur:
Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding: nrs 195-257, 329-333, 79 en 80 (Niet:
201, 205, 210, 221, 244 en 250)
Jurisprudentie:
HR 8 februari 1985, m.nt. J.H. Nieuwenhuis, Renteneurose
HR 28 mei 1999, m.nt. S.C.J.J. Kortmann, Johanna Kruidhof
HR 22 februari 2002, m.nt. J.B.M. Vranken, Taxibus
HR 15 maart 2019, m.nt. S.D. Lindenbergh, EBI
HR 19 juli 2019, m.nt. Spier, Groninger aardbevingss chade
HR 28 juni 2022, m.nt. J.L. Smeehuijzen, Hoogeveen
1. Welke schade kan vergoed worden in geval van verwonding?
Verbintenissen uit de wet & schadevergoeding, nrs 195-212
Het leidende beginsel in het schadevergoedingsrecht is dat de schade die het slachtoffer als
gevolg van een bepaalde gebeurtenis heeft geleden, volledig vergoed dient te worden.
Inhoud en bereik van afdeling 6.1.10
Deze afdeling heeft betrekking op inhoud en omvang van de schadevergoedingsverbintenis.
Er wordt geen antwoord gegeven op de vraag of er aansprakelijkheid is, maar op de inhoud
en de omvang van de schade.
Voor de toepasselijkheid van afdeling 6.1.10 maakt het derhalve niet uit of de
aansprakelijkheid contractueel is (toerekenbare tekortkoming) of buitencontractueel
(onrechtmatige daad). Evenmin maakt het uit of de aansprakelijkheid op schuld dan wel op
risico is gebaseerd.
De afdeling geldt alleen voor de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding.
Zij geldt derhalve niet voor schadevergoedingsverplichtingen die in het contract zelf geregeld
zijn, zoals bij de verzekeringsovereenkomst.
Schadeposten in aanmerking voor schadevergoeding
In art. 6:95 is bepaalt dat schade die op grond van een wettelijke verplichting tot
schadevergoeding moet worden, bestaat uit vermogensschade en ander nadeel.
Bij schade worden twee elementen onderscheden:
1. Vermindering of nadeel
2. in een object
Met ander nadeel wordt gedoeld op immateriële schade.
Voor immateriële schade is er een uitzondering op het algemene beginsel, wat in principe
alleen de vermogensschade dekt. Immateriële schade wordt slecht naar billijkheid vergoed
(art. 6:106).
Niet in de wet, maar in praktijk wordt een onderscheid gemaakt tussen schadeposten:
1. Personenschade = letsel- en overlijdensschade (bijv. ziektekosten)
2. Zaakschade = beschadiging/vernietiging van een zaak (bijv. vervangingskosten)
3. Zuivere vermogensschade = niet terug te leiden op persoon/zaak
, Wijze van begroting
Het vaststellen van de omvang van de schade geschiedt veelal door waardering.
Het slachtoffer moet stellen en zo nodig bewijzen dat de schuldenaar door zijn
onrechtmatige daad of wanprestatie schade heeft veroorzaakt.
De begroting van de schade is geregeld in art. 6:97.
Volgens deze bepaling begroot de rechter de schade op de wijze die het meest met de aard
ervan in overeenstemming is.
Art. 6:97 benadrukt derhalve aan de ene kant de vrijheid van de rechter bij de begroting,
doch beoogt aan de andere kant een wettelijke basis te geven aan de abstracte begroting.
Slechts in een aantal specifieke gevallen, zoals zaaksbeschadiging, wordt de schade in de
praktijk abstract begroot.
Concrete schadebegroting = begroting waarbij rekening wordt gehouden met alle
omstandigheden aan de kant van de benadeelde
Abstracte schadebegroting = een of meer van deze omstandigheden wordt geabstraheerd en
de vaststelling van de schade geschiedt dan volgens meer naar objectieve maatstaven
De wijze waarop de schade wordt begroot, kan van invloed zijn op het tijdstip van
opeisbaarheid van de vordering tot schadevergoeding.
Bij abstracte begroting is de schade ontstaan op het moment van de onrechtmatige
daad en is dus deze direct opeisbaar (en gaat de rente direct lopen)
Bij concrete begroting is de schade pas opeisbaar op het moment dat de benadeelde
zelf het bedrag aan de derde moet vergoeden (pas vanaf dan is er ook
vertragingsschade verschuldigd)
De gelaedeerde kan een vergoeding van schade vorderen die hij pas in de toekomst zal
lijden, zoals inkomensverlies of winstderving.
De rechter is echter niet verplicht tot toewijzing over te gaan, ingevolge art. 6:105 kan hij de
begroting van de nog niet ingetreden schade uitstellen.
Veelal zal hij echter bij voorbaat de toekomstige schade begroten, daarbij dienen goede en
kwade kansen te worden afgewogen.
De rechter kan de schuldenaar veroordelen tot vergoeding van een bedrag, zowel de
contante waarde van de toekomstige schade, als tot betaling van periodieke uitkeringen.
Schadevergoeding wordt in beginsel voldaan in geld (art. 6:103).
Op vordering van de benadeelde kan de rechter echter schadevergoeding in andere vorm
van betaling van een geldsom toekennen.
De rechter beschikt hier over een discretionaire bevoegdheid: hij is niet verplicht om tot het
toekennen van schadevergoeding in een andere vorm dan geld over te gaan.
Het is echter niet uitgesloten dat de redelijkheid en billijkheid zich er onder andere
omstandigheden tegen verzetten dat een benadeelde een aanbod tot schadevergoeding
anders dan in geld weigert.