WEEK 7
Onderscheid verbintenissen- en goederenrecht
3:1 → goederen = zaken (3:2) en vermogensrechten (3:6)
Boek 3 = vermogensrechten
Boek 5 = zaken
3:10 → registergoederen (= alle onroerende zaken 3:89 lid 1)
↪ ook sommige roerende zaken, bijv te boek gestelde schepen en luchtvaartuigen
↪ ook sommige vermogensrechten, bijv erfpachtrecht en hypotheekrecht
● Vorderingsrecht = relatief / persoonlijk recht
● Eigendomsrecht = absoluut / zakelijk recht
Zakelijke rechten zijn onderworpen aan 2 beginselen:
1. Individualisering (je bent eigenaar van specifieke fiets)
2. Eenheidsbeginsel (5:3 jo. 3:4 → Dépex / curatoren Bergel)
HR Dépex / curatoren Bergel (3:4 lid 1)
Dépex verkoopt apparatuur aan Bergel, maar Bergel betaalt niet alles → Dépex wil de
apparatuur terug, want ze hebben eigendomsvoorbehoud (=eigendom gaat pas over als
koopprijs volledig betaald is). Bergel: kan niet, want door natrekking is apparatuur
bestanddeel geworden van fabriek en dus al hun eigendom. ‘Moeten gebouw en
apparatuur naar verkeersopvatting als 1 zaak worden gezien?’
HR: constructieve afstemming = aanwijzing voor positieve beantwoording op deze vraag.
Ook van belang of gebouw zonder apparatuur als onvoltooid moet worden beschouwd.
Soorten beperkte rechten:
1. Gebruiksrechten (erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal, vruchtgebruik)
2. Zekerheidsrechten (pandrecht, recht van hypotheek)
Beperkt recht kan gevestigd worden op zaak of vermogensrecht
, HR Blaauboer / Berlips
Berlips verkoopt naastliggende erfen aan Blaauboer en Kloots met de belofte de
tussenliggende weg op te hogen (=verbintenis). Weduwe Maks koopt deze weg: is zij
verplicht de verbintenis na te komen?
HR: Derdenbeding mag niet in overeenkomst worden opgenomen (zonder toestemming
derde) als dit een nadeel voor de derde betreft. Maks hoeft dus niet na te komen
(Onderscheid tussen persoonlijke / zakelijke rechten: verbintenissen gelden alleen tussen
partijen, kan niet jegens derden worden ingeroepen)
- Op 1 zaak kunnen meerdere beperkte rechten rusten, bij conflict: oudere beperkte
recht gaat voor.
- Vorderingsrechten zijn altijd gelijkwaardig (schuldeisers evenveel recht, 3:276, 3:277)
Begrippen
Afhankelijke rechten → 3:7
Natrekking → 5:3
Absolute rechten Relatieve rechten
eigendom vorderingsrecht
Relatie Persoon - goed Persoon - persoon
Reikwijdte Jegens een ieder Louter jegens een ander
Exclusiviteit Ja, gerechtigde bij Nee, derden behoeven zich
uitsluiting van anderen in beginsel niets aan te
trekken van relatief recht
Gevolg Recht blijft rusten, ook als Recht geldt alleen tussen de
het goed in andere handen 2 personen
komt
HR Portacabin
Functie portacabin = kantoorruimte. Is portacabin roerend of onroerend goed (3:3)?
HR:
- Naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven (3:3 lid 1)
- Technische mogelijkheid tot verplaatsen = niet van belang
→ Portacabin criteria:
1. Bedoeling van de bouwer (subjectief)
2. Voor zover deze naar buiten toe kenbaar is (objectief)
, 3. Verkeersopvattingen (wat is normaal?)
→ Portacabin is onroerend
HR boom op erfgrens / grensoverschrijdende treurwilg
Boom van Luwte is heel groot geworden en wil hem kappen, maar zijn buren vinden dat
het ook hun boom is, aangezien hij ook heel erg op hun grond staat. Mag deze boom
gekapt worden of is er sprake van mede-eigendom?
HR: Er is sprake van mede-eigendom (5:20 lid 1 sub f) → buren moeten samen beslissen.
Eigendom, bezit en houderschap
● Eigenaar (zaken) / rechthebbende (vermogensrecht)
● Bezitter = oefent feitelijke macht uit, houdt goed voor zichzelf (3:107 lid 1)
● Houder = oefent feitelijke macht uit voor ander, houdt goed voor een ander (3:108)
WEEK 8
Vereisten overdracht
Rechtsgevolg van levering goed= overdracht (soms verzet wet zich tegen overdracht)
3:84 lid 1 = vereisten voor overdracht:
1. Levering
a) Goederenrechtelijke overeenkomst (= afspreken dat je het goed levert)
b) Formaliteiten:
→ Roerende zaken 3:90 jo. 3::115
→ Onroerende zaken 3:89
→ Vorderingsrechten 3:94 lid
2. Geldige titel
= Rechtsgrond van levering, meestal uit overeenkomst
3. Beschikkingsbevoegd
Bescherming verkrijger bij bob:
→ 3:86 (roerende zaken)
→ 3:88 (registergoederen, rechten op naam)
Geldigheid levering is niet afhankelijk van geldigheid van voorafgaande geldige titel =
abstract. Geldigheid voorafgaande geldige titel is noodzakelijke voorwaarde van geldigheid
levering = causaal stelsel (=nl)