Hoorcolleges C&C
HC1
Wat is cultuur?
Werkdefinitie 1: Het geheel van kennis, opvattingen en vormen van
gedrag die mensen leren als lid van een samenleving.
Werkdefinitie 2: Een systeem van gedeelde opvattingen en
betekenisgeving.
Belangrijkste kenmerken:
1. Aangeleerd, niet aangeboren.
2. Deels bewust – deels onbewust (vergelijk taal).
3. Tot op zekere hoogte ‘dwingend’.
4. Distributief: niet elk lid van een samenleving beschikt over dezelfde
‘cultuur’.
5. Cultuur vormt een min of meer systematisch geheel.
6. Cultuur is dynamisch, niet statisch.
Het antropologische model oftewel ‘Het wiel van Cultuur’
Voorstellingen ->gedrag psychologie
(Bedenkingen) ->materiële context
Gedrag- >voorstellingen sociologie
->Materiële context
Materiële context ->voorstellingen geografie
(fysieke wereld) ->gedrag
Want...
Het antropologische model (het wiel van cultuur)
- voorstellingen (beïnvloeden gedrag) voorstelling over wat studeren is
beïnvloed hoe je dat doet
- gedrag (kan voorstellingen beinvloeden) vrouwen als huisvrouw, na
verandering gedrag van vrouwen niet meer. De voorstellingen veranderen door
de tijd heen door het gedrag van mensen.
- materiel context: de gebouwde, gemaakte, echte, natuurlijke wereld. Gedrag
beïnvloed de materiële context: klimaatverandering. Ons gedrag heeft invloed
op het klimaat en dus op de materiële wereld. Dit beïnvloed weer de
voorstellingen en het gedrag.
Eenheden cultuur: “wij” en ”zij”.
Veel mogelijke eenheden (samenlevingen, gemeenschappen), b.v.:
Lokaal/geografisch: Wijk, dorp, regio, land, deel van de wereld (‘de
westerse cultuur’, ‘de aziatische cultuur’).
, Maar ook: subculturen (jeugd, hooligans), etnische groepen, religieuze
groeperingen, bedrijven, internet communities etc.
Bestuderen van cultuur
Materiële context en gedrag zijn observeerbaar en meetbaar.
Voorstellingen en betekenisgeving zijn problematisch.
: Deelnemen aan het leven in een samenleving als een persoon (subject)
en de samenleving observeren als ware het een ding (object). Dit vereist
betrokkenheid en distantie.
Maar ook: diverse typen interview, gesprekken, levensgeschiedenissen,
geschreven bronnen van dagboek tot internet, visueel materiaal
Perspectieven:
1.Emic
Emic perspectief: Voorstellingen, opvattingen en handelingen
beschouwen en beschrijven vanuit het perspectief van de leden van de
betrokken samenleving.
Belangrijk want:
1) Geeft inzicht in onbewuste voorstellingen en patronen van gedrag.
2) Laat zien hoe deze binnen een lokale context samenhangen.
Problematisch want:
1) Vertalen
2) Antropoloog ≠ native
2.Etic
Etic perspectief: Voorstellingen, opvattingen en handelingen
beschouwen en beschrijven vanuit het analytische en theoretische
perspectief van de onderzoeker.
Belangrijk want:
1) vergelijken.
2) Inzichten ontwikkelen die het ‘native model’ overstijgen.
Problematisch: In hoeverre zijn de antropologische theorieën en concepten
een ‘westers emic model’
‘Goed’ en ‘Fout’
Etnocentrisme: Beoordelen (en veroordelen) van de voorstellingen en
het gedrag van andere culturele groepen op basis van de eigen culturele
voorstellingen.
, Cultureel relativisme: Elke ‘cultuur’ is uniek en moet in haar eigen
termen bestudeerd en beoordeeld worden.
1) Methodologisch uitgangspunt.
2) Geen moreel principe.
Waarom theorieën?
Een systeem van aannames, principes en procedures om verschijnselen
te analyseren, verklaren en/of te voorspellen.
Cumulatief of complementair, oftewel: is nieuwer ook beter?
Theorie als gereedschapskist en als bril.
Theorieën bepalen bij welk element in het wiel van cultuur je begint met
onderzoek, analyse en of verklaring.
HC 2 Theoretische perspectieven
Waarom theorie?
Theorie: Een systeem van aannames, principes en procedures om
verschijnselen te analyseren, verklaren en/of te voorspellen
1)Er is een oneindig aantal mogelijke vragen. Theorie geeft criteria om
die vragen te formuleren, ordenen en te relateren aan
onderzoeksmethoden.
2) Er is een oneindig aantal mogelijke feiten. Theorie geeft criteria om
vast te stellen welke belangrijk zijn en welke niet.
3) Theorie is nodig om die feiten te ordenen en te analyseren.
Theorie als gereedschapskist en als bril.
Cumulatief of complementair, oftewel: is nieuwer ook beter?
Theorieën bepalen bij welk element in het wiel van cultuur je begint met
onderzoek, analyse en of verklaring.
Theorieën vinden hun weg naar de samenleving/politiek
Evolutionisme
Grondleggers: Lewis Henry Morgan (1818-1881) en Edward B. Tylor
(1832-1917)
Theorie: Elke samenleving en cultuur evolueert van eenvoudig naar complex (of
van laag naar hoog, van onbeschaafd naar beschaafd).
Motor achter ontwikkeling is het denk- en leervermogen, (cognitie) en/of
aanpassing aan veranderende omstandigheden (b.v. bevolkingsgroei).
+: Ontwikkeling is mogelijk voor elke samenleving/cultuur.
+: Focus op lange termijn ontwikkelingen/veranderingen.
- : Geschiedenis is geen eenrichtingsverkeer
-: Geen inzicht in korte termijn processen
, - : Risico op etnocentrisme.
Marxisme
Karl Marx (1818-1883) Friedrich Engels (1820-1895)
Uitgangspunt: Historisch materialisme geschiedenis wordt bepaald door
economische/materiële omstandigheden
Motor achter ontwikkeling: productieverhoudingen en klassenstrijd
Infrastructuur (basis/onderbouw = productiemiddelen en arbeid) bepaalt
superstructuur (bovenbouw = sociale instituties, ritueel/religie, familie,
ideologie)
Evolutie a.g.v. ontwikkeling productiewijzen: primitief feodaal
kapitalistisch socialistisch communistisch
Centrale eenheid: klasse (wordt bepaald door de relatie tot de
productiemiddelen)
Vals bewustzijn.
Cultureel Materialisme
Marvin Harris (1927-2001)
Theorie: Samenlevingen en culturen met hun bijbehorende gedrag en
voorstellingen zijn het resultaat van (aanpassingen aan) de materiële
omstandigheden (= ecologie + technologie).
Sterk geïnspireerd op Marx: de infrastructuur (onderbouw) determineert
de superstructuur (bovenbouw).
Verschil: niet productieverhoudingen en klassenstrijd zijn de motor
achter ontwikkeling maar een continu proces van aanpassing aan
ecologische en technologische omstandigheden.
+: Focus op relatie samenleving natuurlijke omgeving
+ : ‘Vreemde’ verschijnselen (hekserij, voedseltaboes, infanticide)
kunnen verklaard worden als aanpassingen aan de natuurlijke en
technologische omstandigheden. (infanticide verklaard adh van
overpopulatie of voedseltekort).
+ : Nadruk op wetenschappelijke/rationele verklaringen (etic).
+: Cultureel relativistisch (verschijnselen bestuderen en beoordelen
binnen hun eigen culturele context
- : Geen aandacht voor het emic perspectief. De opvattingen van de
informanten/betrokkenen zijn irrelevant.
-: Geen aandacht voor de wijze waarop voorstellingen de ecologische en
materiële omstandigheden transformeren
- : Hoe kunnen mensen hun natuurlijke omgeving exploiteren en
technologie ontwikkelen zonder symbolische voorstellingen en