Kennistoets periode 2
Rwd: Verhoudingen, procenten, breuken en kommagetallen
Hoofdstuk 1: Samenhang verhoudingen,
procenten, breuken en kommagetallen.
1.1 Verhoudingen zijn de basis
1.1.1 Overeenkomsten en verschillen
- Relatief aspect: dit zijn kommagetallen, decimale breuken breuken en procenten
kunnen allebei een verhouding aangeven.
- Verschijningsvorm: de manier waarop de verhouding geschreven wordt, zoals bij
geld wordt er met twee cijfers achter de komma gewerkt.
- Je kunt zowel breuken als kommagetallen gebruiken bij meetgetallen. Alleen bij
breuken wordt het vaak gezien als deel van een geheel Een deel van een
hoeveelheid. Bij kommagetallen is dit niet vaak het geval.
Voorbeeld: Wieke at 3/5 deel van haar reep op.
3 van de 5 automobilisten staan regelmatig in de file.
60% van de klas heeft een voldoende gehaald.
Het is nog 0,6 km tot de camping.
Drie delen zand op twee delen cement.
Kale breuk 3/5.
- Getalsmatige informatie: in het dagelijks leven worden verhoudingen, breuken en
procenten door elkaar gebruikt. Zoals in een krantenartikel: 40% van de pabo
studenten halen in het eerste jaar hun propedeuse.
1.1.2 Absoluut en relatief
- Absolute gegevens: getallen die daadwerkelijke hoeveelheden of aantallen
verwijzen. Er zitten 536 studenten op deze pabo.
- Relatieve gegevens: hoeveelheden of aantallen zijn verhoudingsmatige gegevens
waar je niet direct het daadwerkelijke getal of aantal aan kunt aflezen. 1 op de 4
pabostudenten is een man. Hiermee weet je niet hoeveel mannelijke studenten er
zijn op de pabo. Je moet namelijk weten hoeveel studenten er totaal zijn.
, - Strookmodel: hierin staan zowel absolute als relatieve gegevens. De strook maakt
zichtbaar hoe je verschillende relatieve gegevens met elkaar kunt vergelijken.
Door het totale aantal worpen op 100% te maken en de stroken even lang te maken.
- Het strookmodel wordt geintroduceerd bij het rekenen met breuken, maar ook met
procenten.
- Met de strook zijn alle belangrijke aspecten van procenten te visualiseren: het
relatieve aspect, wat het geheel is, wat het percentage is, het deel en de onderlinge
samenhang tussen deel en geheel.
- Benoemd getal: je zegt het soort woord er bij wat bij het getal hoort: zoals aantal
keer raakt gegooid, euroteken. Tijdens het leerproces van de kinderen is dit
belangrijk om erbij te noemen, zodat ze onderscheid kunnen maken tussen absolute
en relatieve gegevens.
1.2 Onderlinge relaties
1.2.1 Begrip
- Het is belangrijk om als leerkracht te visualiseren Dus dat
de kinderen weten dat 1/5 = 20%. Zodat de kinderen niet
allemaal losstaande feitjes uit hun hoofd moeten leren, maar
dat ze weten waardoor deze relaties met elkaar
samenhangen.
Rwd: Verhoudingen, procenten, breuken en kommagetallen
Hoofdstuk 1: Samenhang verhoudingen,
procenten, breuken en kommagetallen.
1.1 Verhoudingen zijn de basis
1.1.1 Overeenkomsten en verschillen
- Relatief aspect: dit zijn kommagetallen, decimale breuken breuken en procenten
kunnen allebei een verhouding aangeven.
- Verschijningsvorm: de manier waarop de verhouding geschreven wordt, zoals bij
geld wordt er met twee cijfers achter de komma gewerkt.
- Je kunt zowel breuken als kommagetallen gebruiken bij meetgetallen. Alleen bij
breuken wordt het vaak gezien als deel van een geheel Een deel van een
hoeveelheid. Bij kommagetallen is dit niet vaak het geval.
Voorbeeld: Wieke at 3/5 deel van haar reep op.
3 van de 5 automobilisten staan regelmatig in de file.
60% van de klas heeft een voldoende gehaald.
Het is nog 0,6 km tot de camping.
Drie delen zand op twee delen cement.
Kale breuk 3/5.
- Getalsmatige informatie: in het dagelijks leven worden verhoudingen, breuken en
procenten door elkaar gebruikt. Zoals in een krantenartikel: 40% van de pabo
studenten halen in het eerste jaar hun propedeuse.
1.1.2 Absoluut en relatief
- Absolute gegevens: getallen die daadwerkelijke hoeveelheden of aantallen
verwijzen. Er zitten 536 studenten op deze pabo.
- Relatieve gegevens: hoeveelheden of aantallen zijn verhoudingsmatige gegevens
waar je niet direct het daadwerkelijke getal of aantal aan kunt aflezen. 1 op de 4
pabostudenten is een man. Hiermee weet je niet hoeveel mannelijke studenten er
zijn op de pabo. Je moet namelijk weten hoeveel studenten er totaal zijn.
, - Strookmodel: hierin staan zowel absolute als relatieve gegevens. De strook maakt
zichtbaar hoe je verschillende relatieve gegevens met elkaar kunt vergelijken.
Door het totale aantal worpen op 100% te maken en de stroken even lang te maken.
- Het strookmodel wordt geintroduceerd bij het rekenen met breuken, maar ook met
procenten.
- Met de strook zijn alle belangrijke aspecten van procenten te visualiseren: het
relatieve aspect, wat het geheel is, wat het percentage is, het deel en de onderlinge
samenhang tussen deel en geheel.
- Benoemd getal: je zegt het soort woord er bij wat bij het getal hoort: zoals aantal
keer raakt gegooid, euroteken. Tijdens het leerproces van de kinderen is dit
belangrijk om erbij te noemen, zodat ze onderscheid kunnen maken tussen absolute
en relatieve gegevens.
1.2 Onderlinge relaties
1.2.1 Begrip
- Het is belangrijk om als leerkracht te visualiseren Dus dat
de kinderen weten dat 1/5 = 20%. Zodat de kinderen niet
allemaal losstaande feitjes uit hun hoofd moeten leren, maar
dat ze weten waardoor deze relaties met elkaar
samenhangen.