Praktisch Omgevingsrecht, 2e druk
Hoofdstuk 1: Bladzijde 1
Hoofdstuk 2: Bladzijde 7
Hoofdstuk 3: Bladzijde 15
Hoofdstuk 4: Bladzijde 25
Hoofdstuk 5: Bladzijde 37
Hoofdstuk 6: Bladzijde 44
Hoofdstuk 7: Bladzijde 48
Hoofdstuk 8: Bladzijde 53
,Hoofdstuk 1, Omgeving in ontwikkeling
De regels en wetten die betrekking hebben op de veranderingen van de leefomgeving
vormen het omgevingsrecht.
1.1 Een gezonde en veilige fysieke leefomgeving
De fysieke leefomgeving omvat de omgeving waarin wij wonen, werken, recreëren en
reizen - kortom: waarin wij leven.
Gezondheid en veiligheid
Om onder andere luchtverontreiniging en geluidsoverlast te beperken, wordt in Nederland
van oudsher gewerkt met milieunormen. Dit zijn normen die de maximale uitstoot op het
gebied van bodem, lucht, water en geluid bepalen voor bijvoorbeeld bedrijven. Daarnaast
moet de openbare ruimte ook een gezonde leefomgeving creëren. Ofwel uitnodigen om te
bewegen, ontmoetingsplekken, speelplaatsen, voldoende groen en het tegengaan van hitte-
en wateroverlast.
Naast gezondheid speelt ook veiligheid een rol (straatverlichting, zwerfafval en gevaarlijke
stoffen). Veiligheid en gezondheid kunnen niet los van elkaar gezien worden.
Juridische betekenis
De juridische betekenis in de Omgevingswet (Ow) van het begrip fysieke leefomgeving
gaat als volgt:
Artikel 1.2 Ow (fysieke leefomgeving)
De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval:
a. bouwwerken,
b. infrastructuur,
c. water,
d. watersystemen,
e. bodem,
f. lucht,
g. landschappen,
h. natuur,
i. cultureel erfgoed,
j. werelderfgoed.
In de opsomming van datgene wat de fysieke leefomgeving in ieder geval omvat worden
twee hoofdonderdelen van de fysieke leefomgeving onderscheiden: de natuurlijke
omgeving (bijvoorbeeld: de luchtkwaliteit, de waterkwaliteit, de natuur, en het cultureel
landschap) en de gebouwde omgeving (bijvoorbeeld alle bouwwerken).
1
,1.2 De Spelers in het omgevingsrecht
Het omgevingsrecht wordt gekenmerkt door een groot aantal betrokken belangen en
belanghebbenden. Naast de overheden spelen ook bedrijven, inwoners en belangengroepen
een belangrijke rol.
Overheden
Een van de spelers in het omgevingsrecht is de Rijksoverheid. Daarnaast zijn
bestuursorganen van de provincie, de gemeente en het waterschap de instanties die beleid
formuleren en besluiten nemen over ontwikkelingen die invloed hebben op de fysieke
leefomgeving.
Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die krachtens het publiekrecht is
ingesteld of een persoon of college dat met enig openbaar gezag is bekleed (art. 1:1 lid 1
Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In art 2:1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald
dat de staat de provincies, de gemeenten en de waterschappen rechtspersoonlijkheid
bezitten.
Bestuursorganen van de staat zijn de regering, de ministers en de staatssecretarissen.
Bestuursorganen van de provincies zijn Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de
commissaris van de Koning. Bestuursorganen van de gemeente zijn de burgemeester,
college van burgemeester (college B&W) en wethouders en de gemeenteraad.
Bedrijven en burgers
Initiatiefnemers voor een ontwikkeling kunnen projectontwikkelaars, bedrijven, inwoners of
ontwikkelende overheden zijn.
Belangengroepen
Ten slotte spelen de omwonenden of bedrijven in een gebied waar een ontwikkeling
plaatsvindt een rol. De rechten van personen en rechtspersonen zijn afhankelijk van hun
status als belanghebbende. Daarom is het van belang dat de status van belanghebbende
helder is.
In art 1:2 Awb is bepaald dat degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken
als belanghebbende wordt gezien. Naast dit kent het bestuursrecht het begrip
derde-belanghebbende. In de rechtspraak zijn vijf criteria ontwikkeld om te kunnen
beoordelen of sprake is van een derde belanghebbende. Dit noemen we de
OPERA-criteria:
1. Objectief bepaalbaar belang: in het bestuursrecht kan een persoon slechts
opkomen voor zijn eigen belangen en in beginsel niet voor de belangen van een
derde
2. Persoonlijk belang: Vervolgens dient het belang persoonlijk van aard te zijn. De
belanghebbende dient zich daarom voldoende te onderscheiden van de personen
die niet als belanghebbenden worden gezien.
3. Eigen belang: De belanghebbende moet opkomen voor zijn eigen belang en niet
voor die van een ander.
2
, 4. Rechtstreeks belang: Er mag in beginsel geen sprake zijn van een afgeleid belang
(bijvoorbeeld op grond van een contractuele relatie), tenzij het gaat om een
tegengesteld belang.
5. Actueel belang: Belangen mogen niet gebaseerd zijn op een toekomstige of
onzekere gebeurtenis.
1.3 De positie van het omgevingsrecht in het recht
Het omgevingsrecht is op drie verschillende manieren in het Nederlandse rechtsstelsel te
plaatsen: de plaats die het bekleedt tussen andere rechtsgebieden, de niveaus waarop het
van toepassing is en de geschiedenis van de wetten waarin het omgevingsrecht is
vastgelegd.
1.3.1 Rechtsgebieden
Je hebt om te beginnen publiek en privaatrecht. Privaatrecht zijn de gehele regels tussen
personen onderling en publiekrecht de verhouding tussen de burger en de overheid. Het
omgevingsrecht valt onder het publiekrecht.
Onder publiekrecht valt bijvoorbeeld staatsrecht, strafrecht en bestuursrecht. Bestuursrecht
gaat over het handelen van het openbaar bestuur in relatie tot natuurlijke en rechtspersonen.
Binnen het bestuursrecht onderscheiden we het algemeen en het bijzonder bestuursrecht.
Het algemeen bestuursrecht wordt in de Awb behandeld. De Awb bevat regels die
bijvoorbeeld gaan over de toekenning van bestuursbevoegdheden aan bestuursorganen en
voor de handhaving van rechtsnormen en besluiten. Een voorbeeld van zo’n algemeen
beginsel van behoorlijk bestuur vinden we in art. 3:2 Awb.
Artikel 3:2 Awb
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent
de relevante feiten en de af te wegen belangen
Het bijzondere bestuursrecht bevat regels die speciaal zijn opgesteld voor de bijzondere
gebieden waarop het openbaar bestuur actief is. Voorbeelden van bijzonder bestuursrecht
zijn: het socialezekerheidsrecht, het milieurecht, het vreemdelingenrecht, het
gezondheidsrecht, het fiscaal bestuursrecht en omgevingsrecht.
3