Eindopdracht voor Module: Maatschappelijke invloeden
Studie: Social work
HET SOCIALE WERK ALS AMBACHT
De geschiedenis van het sociaal werk tekent zich van liefdadigheidswerk tot een meer professionele en
systemische benadering. Door de tijd heen hebben maatschappelijke veranderingen, beleidsbeslissingen en
sociaaleconomische factoren de koers van het sociaal werk beïnvloed. Marshall (1950) stelde toentertijd al voor
om het burgerschap in drie delen te verdelen: civiel, politiek en sociaal. Hij schrijft over het recht van vrijheid,
meningsuiting onder voorwaarde van gelijkheid met anderen en een eerlijke rechtsgang. Nu, in een tijd van
toenemende individualisering, globalisering en technologische vooruitgang, moet de toekomst van het sociaal
werk zich aanpassen aan deze nieuwe realiteiten. In deze opkomst van burgerschap in het publieke debat zijn
drie verschillende maatschappelijke trends te onderscheiden. Burgers worstelen met overmatig individualisme
als ze zich afvragen: ‘Wie help ik en wie helpt mij?’ Burgers proberen zich te verhouden tot
mondialiseringsprocessen als ze zich afvragen: ‘Wie hoort hier thuis? Hoor ik hier thuis?’ En ten derde
worstelen burgers met delegitimatie als ze zich afvragen: ‘Wie geloof en vertrouw ik, en wie gelooft en vertrouwt
mij?’
DE VERANDERENDE ROL VAN DE SOCIAAL WERKER
Als professional in het sociale werkveld is het belangrijk om de evolutie van politieke en maatschappelijke
ontwikkelingen te begrijpen. Van een verzorgingsstaat waarin de overheid als verzorger optrad, verschuiven we
naar een participatiesamenleving waarin zelfredzaamheid en eigen kracht centraal staan. Deze overgang heeft
invloed op de positie van de cliënt en op het dagelijkse werk van de professional in het werkveld. Het is
belangrijk om deze veranderingen te omarmen en te begrijpen hoe zij de beroepscode van de sociaal werker
beïnvloeden. De participatiesamenleving vraagt om een nieuwe kijk op de relatie tussen de professional en de
cliënt. Waar voorheen de nadruk lag op zorg verlenen, is er nu een verschuiving naar het activeren van de
eigen kracht van de cliënt. Dit vraagt om een meer gelijkwaardige relatie, waarbij de professional niet alleen
ondersteunt maar ook faciliteert en empowerend werkt. Mijn visie voor de toekomst is dan ook gericht op het
ontwikkelen van een professionele benadering die de autonomie van de cliënt respecteert en stimuleert.
ONTWIKKELING VAN DE VERZORGINGSSTAAT NAAR PARTICIPATIESAMENLEVING
De overgang van de verzorgingsstaat naar de participatiesamenleving heeft implicaties voor de professional op
microniveau. Het is van belang om te evalueren in hoeverre het overheidsbeleid de richting van het sociaal
werk bepaalt. Een belangrijke criticus van de benadering van participatie is de Amerikaanse filosoof John
Dewey. Hij stelt dat burgers enerzijds direct betrokken zijn bij publieke kwesties, omdat ze er in hun dagelijks
leven mee te maken hebben, maar anderzijds zijn ze buitenstaanders omdat ze zich vaak op afstand bevinden
van de instituties en organisaties die de expertise bezitten en de besluiten nemen. Een andere misvatting is dat
onbevlekt burgerschap niet bestaat. De meeste buurtgenoten gaan niet spontaan voor elkaar zorgen en elkaar
helpen als de overheid zich terugtrekt (Bredewold, 2018). Noortje Marres (2014) schrijft het volgende in haar
pleidooi: ‘Participatie van burgers wordt alom bejubeld als dé oplossing voor vele problemen. Maar het blijkt
een taai en complex proces vol misverstanden, strijd, teleurstellingen en verbroken beloftes. We moeten niet
langer alleen naar de burger óf naar overheden kijken voor de oplossing van publieke problemen, maar naar de
relatie tussen beide’. Veel mensen zien dan ook dat sociaal werk niet alleen een beroep is, maar ook een
roeping. Deze sociale kwestie bevat een maatschappelijke opdracht, zowel vanwege wettelijke taken die zijn
opgedragen, als de maatschappelijke taken die het wil navolgen. De toekomstige professional in het sociaal
werk moet in staat zijn om flexibel en responsief te zijn. Ze moeten zich aanpassen aan de specifieke context
en de diversiteit van de cliënten. Het accent ligt niet alleen op het bieden van hulp, maar ook op het activeren
van de krachten die al aanwezig zijn in de cliënt en zijn omgeving. De beroepscode, geworteld in de ethiek van
het vak, heeft nu de uitdaging om recht te doen aan de individualiteit van cliënten binnen de context van een
participatieve samenleving (BPSW, 2021)
, MARKTWERKING EN TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN
De toekomst van het sociaal werk kan op macroniveau sterk worden beïnvloed door toenemende wet- en
regelgeving. Hoewel dit kan worden gezien als een belemmering voor de autonomie van de professional, biedt
het ook kansen voor een meer gestructureerde en efficiënte zorg. Een duidelijk kader kan professionals
richtlijnen bieden en tegelijkertijd de rechten van cliënten beschermen. De introductie van marktwerking in de
zorg is een belangrijk aspect op macroniveau dat de toekomst van het sociaal werk zal vormgeven. Een groot
probleem hierin is dat de cliënten officieel meer keuzemogelijkheden hebben en daarmee meer autonomie,
maar de keuze-informatie is vaak ondoorgrondelijk: een school of ziekenhuis kan op de ene vergelijkingssite
heel anders scoren dan op de andere zonder dat goed duidelijk is waarom. Diensten laten zich niet gemakkelijk
langs één meetlat leggen. Het gaat erom opnieuw te formuleren wat de waarden en doelen van de publieke
sector zijn, en in welke mate marktwerking daarin als dominant sturingsmechanisme gezien wordt. Er zijn
immers ook andere manieren dan ‘outputsturing’ om zorg en welzijn te organiseren. Sturen op samenwerking
en dialoog tussen cliënten en aanbieders bijvoorbeeld, tussen burgers en middenveld, in plaats van op
concurrentie (Tonkens, 2014).
SOCIAAL WERK ALS AMBACHT
Ik geloof dat de toekomst van het sociaal werk vraagt om een verschuiving naar empowerment. Dit vereist niet
alleen een verandering in de benadering van professionals op microniveau, maar ook een actieve
betrokkenheid bij beleidsvorming en maatschappelijke ontwikkelingen op macroniveau. Het sociaal werk van de
toekomst moet flexibel, responsief en ethisch verantwoord zijn. Het is een tijd van uitdagingen, maar ook van
kansen om positieve verandering te bewerkstelligen. Mijn visie omarmt het boek Crafting citizenship. Hierin
wordt gepleit om burgerschap als een ambacht te benaderen. Een ambacht betekend, het accepteren en
tegelijkertijd geduldig, maar volhardend bewerken van de problemen rondom de participatiesamenleving
(Hurenkamp, 2012). Mijn visie omarmt de veranderingen in marktwerking, maar benadrukt tegelijkertijd het
belang van een kritische blik. Marktwerking mag niet leiden tot het verwaarlozen van kwetsbare groepen in de
samenleving. In de toekomstige participatiesamenleving zal de professional moeten navigeren tussen het
stimuleren van eigen kracht en het waarborgen van gelijke toegang tot ondersteuning voor iedereen. De nadruk
moet liggen op het bouwen van veerkrachtige gemeenschappen waarin burgers elkaar ondersteunen, maar
waar ook een vangnet bestaat voor degenen die dit nodig hebben.
TEGENARGUMENTEN EN WEERLEGGINGEN
1. “Niet iedereen is in staat tot zelfredzaamheid”: Niet alle cliënten hebben de capaciteit om volledig
zelfredzaam te zijn.
Empowerment betekent niet dat iedereen op dezelfde manier zelfredzaam moet zijn. Het erkent en werkt met
de unieke capaciteiten en omstandigheden van individuen. Volgens Rappaport (1981) kan empowerment ook
betrekking hebben op collectieve actie, waarbij groepen samenwerken om sociale verandering te
bewerkstelligen.
2. Risico op overbelasting van cliënten: Het stimuleren van zelfredzaamheid kan leiden tot overbelasting bij
cliënten, vooral als ze al te maken hebben met stressvolle situaties.
Empowerment betekent niet dat cliënten alles alleen moeten dragen. Het omvat ook het bieden van de nodige
ondersteuning en hulpbronnen. Het is gebaseerd op een partnerschap tussen professional en cliënt.
Onderzoek van Gutierrez et al. (1995) benadrukt het belang van een evenwicht tussen autonomie en
ondersteuning.
3. Overdreven Idealisme: Empowerment kan als een idealistische benadering worden beschouwd, die niet
realistisch is gezien de complexiteit van maatschappelijke problemen.
Empowerment is geen naïef idealisme, maar een bewezen effectieve benadering in het sociaal werk.
Onderzoek, zoals dat van Zimmerman (2000), benadrukt de positieve effecten van empowerment, zoals
verbeterde zelfredzaamheid en welzijn van individuen.