Lesvoorbereiding toegang tot de bloedbaan - shunts
Gebruikte literatuur: Leerboek dialyseverpleegkunde
• Hoofdstuk 9 ‘Toegang tot de bloedbaan’
Venepreservatie: Om de kwaliteit van de vaten zo goed mogelijk te houden, is het van belang
vaatbeschadigingen zoals ‘prikgaatjes’ ten gevolge van het bloedprikken en/of vaatontstekingen te
voorkomen. Behoud van gezonde bloedvaten doet u door venepreservatie. Dit betekent dat het aantal
keer dat u geprikt wordt (in de niet-dominante arm) teruggedrongen moet worden tot het absolute
minimum. Overige preventieve afspraken:
• Geen bloeddruk meten (wel: aan de dominante arm)
• Geen venapunctie (wel: elleboogplooi dominante arm, rugzijde handen & rugzijde voeten)
• Geen injecties (wel: in dominante arm)
• Geen infuus (wel: elleboogplooi dominante arm, rugzijde handen & voeten)
• Aan de niet-dominante hand
Zorgpad vaattoegang:
• Shuntvoorlichting aan de patiënt (ICC vaatlaborant echo duplex, ICC vaatchirurg, ICC
anesthesie medewerker).
• Aanleggen van de shunt
• Shunt controle na 1 week
• Shunt in kaart brengen na 6-8 weken
Onderscheid de verschillende inwendige toegangen tot de vaatbaan.
Er zijn drie types vaattoegangen voor hemodialyse met elk een verschillende levensduur:
• CVK- Centraal Veneuze Katheter: kan meteen gebruikt worden na implantatie (zie: figuur 1).
Figuur 1: Centraal veneuze katheter
• AVF- Arterioveneuze fistel: een ‘chirurgisch aangelegde opening tussen een slagader die is
geanastomiseerd naar een ernaast gelegen ader, zodat het arteriële bloed naar de ader stroomt,
waardoor de ader groter wordt en waardoor de vaatwand verdikt (arterialisatie of maturatie).
o Kan 6-12 weken na aanleg voor de dialysebehandeling gebruikt worden en 4 weken na
aanleg beoordeeld worden (zie: figuur 2). Voordelen:
▪ Langere bruikbaarheid en minder complicaties
▪ Minder episodes met trombose en infecties
▪ Optimale dialysedosis
▪ Minder ziekenhuisopnames
▪ Gereduceerde kosten
Figuur 2: Arterioveneuze fistel
• AVG- Arterioveneuze graft: kan na 2-3 weken na plaatsing pas voor dialysebehandeling gebruikt
worden; sommige van deze (grafts om vroeg aan te prikken) kunnen een dag na plaatsing al
beoordeeld worden (zie: figuur 3).
, Figuur 3: Arterioveneuze graft
De keuze van vaattoegang is afhankelijk van de toestand van de vaten en de klinische conditie van de
patiënt én van de tijd die beschikbaar is voordat hemodialyse gestart moet worden. De huidige
richtlijnen adviseren de AVF als de gouden standaard als toegang voor hemodialyse, te verkiezen
boven de CVK en AVG.
Selectie van de vaten:
• Arterie: Arteria brachialis: hoofdslagader van de arm – loopt van de schouder naar de elleboog,
waarna deze opsplitst in de a. Radialis en de a. Ulnaris. Een AVF kan worden aangelegd in één
van deze slagaderen, afhankelijk van het cardiovasculaire systeem en na zorgvuldige beoordeling
van deze vaten. De diameter van de vaten moet minimaal 2mm zijn voor de onderarm en 3mm
voor de bovenarm.
• Vene: Vene radialis, Vene ulnaris, Vene interossus (in de extremiteit van de arm), Vene
basilica en Vene cephalis (oppervlakkig): Een AVF kan worden aangelegd in één van deze
venen.
Vaten waar het meest een shunt in wordt aangelegd:
• Brachio-cephalica
• Brachio-basilica
• Bovenbeen: Alvarez shunt (Vene Sevena Magma of AFC vene)
• Thorax loop (necklace shunt rond de nek)
Locatie van de aanleg van de AVF: Idealiter wordt de niet-dominante arm gebruikt, waarbij de AVF
zoveel mogelijk distaal moet worden aangelegd om zodoende voor de toekomst nog plek over te laten
voor een nieuwe AVF als dit nodig blijkt te zijn. Locaties waar de AVF kan worden aangelegd zijn:
• AVF aan de basis van de duim
• Standaard/ gemodificeerde Brescia-Cimino aan de pols
• In de onderarm een Cephalica AVF bij de dorsale vertakking
• In het midden van de onderarm een Cephalica AVF
• Antecubitale AVF
• Cephalica AVF in de elleboog
• Getranspositioneerde basiliaire AVF
Chirurgische techniek van de aanleg van de anastomose:
Type anastomose Voordelen Nadelen
Anastomose van slagaderwand tot • Technisch eenvoudiger. • Alleen mogelijk als de arterie
aderwand (zie: guur 4) en vene dicht bij elkaar zitten.
• Bij deze AVF heb je de
hoogste kans op veneuze
hypertensie in de hand. Deze
complicatie wordt afgezwakt
door de aanwezigheid van
veneuze kleppen die het
terugstromen van veneus
bloed in de hand voorkomen,
tenminste de eerste
maanden.
Figuur 4: Anastomose van
slagaderwand tot aderwand
Gebruikte literatuur: Leerboek dialyseverpleegkunde
• Hoofdstuk 9 ‘Toegang tot de bloedbaan’
Venepreservatie: Om de kwaliteit van de vaten zo goed mogelijk te houden, is het van belang
vaatbeschadigingen zoals ‘prikgaatjes’ ten gevolge van het bloedprikken en/of vaatontstekingen te
voorkomen. Behoud van gezonde bloedvaten doet u door venepreservatie. Dit betekent dat het aantal
keer dat u geprikt wordt (in de niet-dominante arm) teruggedrongen moet worden tot het absolute
minimum. Overige preventieve afspraken:
• Geen bloeddruk meten (wel: aan de dominante arm)
• Geen venapunctie (wel: elleboogplooi dominante arm, rugzijde handen & rugzijde voeten)
• Geen injecties (wel: in dominante arm)
• Geen infuus (wel: elleboogplooi dominante arm, rugzijde handen & voeten)
• Aan de niet-dominante hand
Zorgpad vaattoegang:
• Shuntvoorlichting aan de patiënt (ICC vaatlaborant echo duplex, ICC vaatchirurg, ICC
anesthesie medewerker).
• Aanleggen van de shunt
• Shunt controle na 1 week
• Shunt in kaart brengen na 6-8 weken
Onderscheid de verschillende inwendige toegangen tot de vaatbaan.
Er zijn drie types vaattoegangen voor hemodialyse met elk een verschillende levensduur:
• CVK- Centraal Veneuze Katheter: kan meteen gebruikt worden na implantatie (zie: figuur 1).
Figuur 1: Centraal veneuze katheter
• AVF- Arterioveneuze fistel: een ‘chirurgisch aangelegde opening tussen een slagader die is
geanastomiseerd naar een ernaast gelegen ader, zodat het arteriële bloed naar de ader stroomt,
waardoor de ader groter wordt en waardoor de vaatwand verdikt (arterialisatie of maturatie).
o Kan 6-12 weken na aanleg voor de dialysebehandeling gebruikt worden en 4 weken na
aanleg beoordeeld worden (zie: figuur 2). Voordelen:
▪ Langere bruikbaarheid en minder complicaties
▪ Minder episodes met trombose en infecties
▪ Optimale dialysedosis
▪ Minder ziekenhuisopnames
▪ Gereduceerde kosten
Figuur 2: Arterioveneuze fistel
• AVG- Arterioveneuze graft: kan na 2-3 weken na plaatsing pas voor dialysebehandeling gebruikt
worden; sommige van deze (grafts om vroeg aan te prikken) kunnen een dag na plaatsing al
beoordeeld worden (zie: figuur 3).
, Figuur 3: Arterioveneuze graft
De keuze van vaattoegang is afhankelijk van de toestand van de vaten en de klinische conditie van de
patiënt én van de tijd die beschikbaar is voordat hemodialyse gestart moet worden. De huidige
richtlijnen adviseren de AVF als de gouden standaard als toegang voor hemodialyse, te verkiezen
boven de CVK en AVG.
Selectie van de vaten:
• Arterie: Arteria brachialis: hoofdslagader van de arm – loopt van de schouder naar de elleboog,
waarna deze opsplitst in de a. Radialis en de a. Ulnaris. Een AVF kan worden aangelegd in één
van deze slagaderen, afhankelijk van het cardiovasculaire systeem en na zorgvuldige beoordeling
van deze vaten. De diameter van de vaten moet minimaal 2mm zijn voor de onderarm en 3mm
voor de bovenarm.
• Vene: Vene radialis, Vene ulnaris, Vene interossus (in de extremiteit van de arm), Vene
basilica en Vene cephalis (oppervlakkig): Een AVF kan worden aangelegd in één van deze
venen.
Vaten waar het meest een shunt in wordt aangelegd:
• Brachio-cephalica
• Brachio-basilica
• Bovenbeen: Alvarez shunt (Vene Sevena Magma of AFC vene)
• Thorax loop (necklace shunt rond de nek)
Locatie van de aanleg van de AVF: Idealiter wordt de niet-dominante arm gebruikt, waarbij de AVF
zoveel mogelijk distaal moet worden aangelegd om zodoende voor de toekomst nog plek over te laten
voor een nieuwe AVF als dit nodig blijkt te zijn. Locaties waar de AVF kan worden aangelegd zijn:
• AVF aan de basis van de duim
• Standaard/ gemodificeerde Brescia-Cimino aan de pols
• In de onderarm een Cephalica AVF bij de dorsale vertakking
• In het midden van de onderarm een Cephalica AVF
• Antecubitale AVF
• Cephalica AVF in de elleboog
• Getranspositioneerde basiliaire AVF
Chirurgische techniek van de aanleg van de anastomose:
Type anastomose Voordelen Nadelen
Anastomose van slagaderwand tot • Technisch eenvoudiger. • Alleen mogelijk als de arterie
aderwand (zie: guur 4) en vene dicht bij elkaar zitten.
• Bij deze AVF heb je de
hoogste kans op veneuze
hypertensie in de hand. Deze
complicatie wordt afgezwakt
door de aanwezigheid van
veneuze kleppen die het
terugstromen van veneus
bloed in de hand voorkomen,
tenminste de eerste
maanden.
Figuur 4: Anastomose van
slagaderwand tot aderwand